Een zeemonster, een eros die een gans aan zijn vleugels trekt en een naakte vrouw die zittend een schoen aantrekt hangen al op hun plaats. In het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) wordt de laatste hand gelegd aan de presentatie van een bijzondere nieuwe aanwinst, een grote collectie Romeinse en Hellenistische cameeën. Straks kunnen bezoekers met behulp van vergrootglazen het kunstige snijwerk in de soms amper twee centimeter grote halfedelstenen en détail bekijken.

In twee stappen en binnen negen jaar heeft het Leidse museum een van de belangrijkste collecties cameeën uit de Oudheid verworven. „Door deze aankoop kunnen we ons meten met de internationale top, zoals de Hermitage in Sint Petersburg, het British Museum in Londen en het Metropolitan Museum in New York”, zegt directeur Wim Weijland. „We willen ook een Europees onderzoekscentrum voor gemmen en cameeën worden.”

Tegelijkertijd belandt het RMO door de aankoop in de actuele discussie over ethisch verzamelen en herkomstonderzoek. Het grootste deel van de aangekochte cameeën heeft namelijk een vrijwel onbekende herkomst. Slechts 36 van de in totaal 444 zijn te herleiden tot een herkomst voor 1972. In museumland geldt dat jaar, toen een Unesco-conventie van kracht werd, als een morele grens: alleen voor objecten die toen al niet meer in het land van herkomst waren, is geen ander bewijs van rechtmatige herkomst nodig. Het RMO wil de discussie open en bloot voeren, zegt Weijland, die zelf ruim voor de presentatie op 24 november naar NRC is gestapt en openheid van zaken rond de aankoop heeft gegeven.

Het verhaal begint in 2013, toen het Geldmuseum in Utrecht de deuren moest sluiten. Het RMO kreeg daarop het beheer over de grotendeels door stadhouder Willem IV, Willem V en koning Willem I verzamelde nationale collectie gesneden stenen. Het ging onder meer om Mesopotamische rol- en stempelzegels, Griekse en Romeinse ringstenen, Egyptische scarabeeën en 548 cameeën.

De cameeën die het RMO in beheer kreeg dateren voor het grootste deel niet uit de Oudheid. Slechts 38 zijn met zekerheid in de antieke wereld vervaardigd; de rest stamt uit de Middeleeuwen of de periode 15de-19de eeuw, toen cameeën met mythologische voorstellingen uit de Oudheid veelvuldig werden nagemaakt. Een topstuk uit de Oudheid is de grote Camee van Constantijn, gewijd aan de overwinning van keizer Constantijn op zijn rivaal Maxentius in 312. De camee was in 1629 aan boord van het VOC-schip de Batavia om in de Oost als diplomatieke handelswaar gebruikt te worden. De camee overleefde een schipbreuk en muiterij, maar het lukte niet om hem in de Oost aan een lokale heerser te slijten. Uiteindelijk kocht koning Willem I hem.

Ruiter, springend van zijn paard (sardonyx in geëmailleerde gouden hanger). 0-200 n.Chr. (camee), 17de eeuw (montuur). Deze camee toont een momentopname: een ruiter houdt zijn paard bij de teugel en is afgebeeld tijdens de sprong naar de grond. Aan zijn linkerarm hangt een schild met een kwaad afwerende Medusa. Het op- en afstijgen ging zonder het gebruik van stijgbeugels. Die werden pas na de val van het West-Romeinse Rijk in de vijfde eeuw na Christus geïntroduceerd.
Foto RMO
Slak (carneool). 3de eeuw n.Chr. Met de Griekse tekst MNHMONEYE (‘Herinner!’).
Foto RMO
Vis (sardonyx in originele gouden vingerring). 200-400 n.Chr.
Foto RMO
Foto’s RMO

Handelsroutes en legerplaatsen

Nadat alle stenen uit het Geldmuseum waren geregistreerd en gedigitaliseerd, organiseerde het RMO in 2016 een tentoonstelling en een wetenschappelijk congres met internationale experts. Martin Henig, emeritus hoogleraar archeologie in Oxford, hield toen een lezing over wetenschappelijk onderzoek: Romeinse stenen gevonden in Kerala en Iran vertellen iets over handelsroutes en contacten, de vondst in legerplaatsen van cameeën met afbeeldingen van helden als Herakles en Achilles maakt duidelijk dat ze als martiale voorbeelden voor militairen werden gebruikt, aan de hand van kenmerken in het slijpwerk kunnen werkplaatsen in steden als Aquileia, Rome, Alexandrië en Bath worden getraceerd, en grote cameeën met keizerlijke afbeeldingen als de Camee van Constantijn, die bezit moeten zijn geweest van mensen aan het hof, zijn in hun boodschap en betekenis te vergelijken met grote staatsreliëfs.

Henig liet de museummedewerkers ook kennismaken met een Amerikaan van Nederlandse afkomst, Derek Content, eigenaar van de belangrijkste privéverzameling van cameeën uit de Oudheid. Henig had in 1991 diens collectie in een catalogus gepubliceerd. In 2018 was Contents collectie zo gegroeid dat Henig een tweede catalogus maakte.

Alle 444 cameeën onderzoeken leek ons te tijdrovend

Wim Weijland directeur RMO

Daaruit blijkt dat meer dan vierhonderd cameeën van Content uit de Oudheid dateren. Ze stammen vooral uit de Romeinse tijd (1ste eeuw v.Chr.-4de eeuw n.Chr.), maar ook de perioden ervoor en erna komen aan bod, zodat het geheel een goed overzicht biedt van de vroege ontwikkeling en de latere herleving van de cameekunst. Er zijn niet alleen politiek geladen staatscameeën met portretten van keizers als Tiberius en Nero, maar ook dertien-in-een-dozijn cameeën met voorstellingen uit het dagelijks leven. Meer dan negentig exemplaren zijn voorzien van aansprekende teksten in het Grieks of Latijn. Op meerdere exemplaren uit de derde eeuw staat in Griekse hoofdletters ‘MNHMONEYE’ (‘Denk aan mij!’). Voor de zekerheid staat er ook nog een hand bij die in een oorlel knijpt. Een wit-met-rode carneool, een mineraal, in een gouden ring wenst de 2de- of 3de-eeuwse drager niets dan goeds: ‘BENE TIBI SIT’. Andere stenen dragen waarschuwingen, symbolen van eenheid in een huwelijk, gelukwensen aan ‘een mooi meisje’, of een al dan niet seksueel getinte aanmoediging aan een militair. Tezamen geven ze een intiem inkijkje in de Oudheid.

Na het congres hielden directeur Weijland en Content contact. De verzamelaar was op een leeftijd dat hij ging nadenken over wat er na hem met zijn collectie moest gebeuren. Uiteindelijk ontstond het plan om de hele verzameling intact te houden en te verkopen aan het RMO, inclusief die uit latere perioden. „Daarbij zit een heel bijzondere”, zegt Weijland. Hij toont een camee met een portret van een bebaarde Indiase mogul. „Het is keizer Shah Jahan, de zoon van keizer Jahangir, voor wie de Camee van Constantijn op de Batavia was meegegeven.”

Handdruk met tekst OMONOIA (‘Eendracht’) (sardonyx in originele gouden ring). 200-300 n.Chr. De verbondenheid tussen twee echtelieden kon worden uitgedrukt met een dubbelportret of met een afbeelding van twee ineen geslagen handen, van een dame met een armband en van een heer. De handdruk is in dit geval bezegeld met de tekst OMONOIA.
Foto RMO
Sjah Jahan, keizer van het Mogolrijk (Gelaagde agaat). Midden 17de eeuw. Met dit portret van de Sjah Jahan is de nieuw verworven Content-collectie te koppelen aan de bestaande cameeën-verzameling van het RMO. De beroemde Leidse Grote Camee (Gemma Constantiniana) werd in de 17de eeuw in Hindoustan (India) door Nederlandse handelaars te koop aangeboden aan de Groot-Mogol Shah Jahan. De verkoop ging niet door, zodat de Grote Camee weer terug reisde naar Nederland.
Foto RMO
Eros (sardonyx). 3de eeuw n.Chr. Eros sluipt achter een gans en trekt hem speels aan de veren van zijn vleugels.
Foto RMO
Foto’s RMO

Tijdrovend onderzoek

De aankoop van Contents collectie was geen hamerstuk. Ten eerste omdat het museum bij fondsen moest aankloppen voor een gedeeltelijke financiering van de aankoopprijs van 5,3 miljoen euro. Ten tweede was er nog te veel onduidelijkheid over de herkomst van de cameeën. „Alle 444 cameeën onderzoeken leek ons te tijdrovend,” vertelt Weijland. „We hebben daarom een selectie gemaakt van 108 cameeën die voor ons het meest relevant waren. Vervolgens zijn we naar de ethische codecommissie van de Nederlandse Museumvereniging gestapt met de vraag of we konden volstaan met herkomstonderzoek voor die groep. Dat wees de commissie af. Vervolgens hebben we voor alle cameeën herkomstonderzoek gedaan.”

Dat werk werd gedaan door archeoloog Ben van den Bercken, inmiddels werkzaam bij het Allard Pierson, maar toen assistent-conservator bij het RMO. „Ik ben er een jaar in deeltijd mee bezig geweest.” Hij stelde vast dat geen enkele camee voorkwam in de (internationale) databases met gestolen kunstvoorwerpen en naziroofkunst. Ook consultatie van de ‘red list’ van de International Council of Museums, met daarop categorieën van culturele goederen en landen die vanwege gewapende conflicten kwetsbaar zijn voor illegale handel, zorgde niet voor zorgen. De catalogi van Henig leverden voor enkele cameeën wel meer en geruststellende informatie op. Zo bleek een krijger met paard uit de 1ste of 2de eeuw uit de collectie te komen van Charles Newton-Robinson (1853-1913), een Brits advocaat, Olympisch schermer en kenner van gemmen. „De camee stond afgebeeld in een catalogus van een tentoonstelling in 1904 van de Burlington Fine Arts Club.”

Al sinds de Oudheid zijn ze volop geruild, doorgegeven en verhandeld

Ben van den Bercken archeoloog

Enkele cameeën zijn ondanks het ontbreken van informatie over de herkomst ‘onschuldig’. Omdat ze bijvoorbeeld in een ring uit de 17de eeuw zitten. „Dan mogen we ervan uitgaan dat de cameeën al lange tijd bovengronds zijn geweest. Ze kunnen dus niet recentelijk illegaal opgegraven zijn.”

Van den Bercken reisde ook drie keer naar Contents woonplaats Londen, om diens archief door te nemen. „Dat betekende telkens meer dan een week lang dag en nacht doorwerken.” Hij sprak uitgebreid met Content over vijftig jaar verzamelen, en nam dozen en stapels facturen, exportlicenties, foto’s, dia’s, veilingcatalogi en correspondenties door. „Het probleem is dat een camee een portable antiquity is. Al sinds de Oudheid zijn ze volop geruild, doorgegeven en verhandeld. In de kunsthandel worden ze vaak in groepen en zonder veel nadere beschrijvingen verkocht. Dat maakt het moeilijk om het spoor van een steen te volgen.”

Tiberius (sardonyx). Eerste eeuw n.Chr.
Foto RMO
Nikè, godin van de overwinning (sardonyx in moderne hanger). 100 v.Chr.-100 n.Chr.
Foto RMO
Jager te paard (sardonyx, leisteen). 300-500 n.Chr. Deze camee is gesneden uit zeer dunne grijs-witte sardonyx. Ter versteviging is de steen al in de oudheid op een plakje leisteen bevestigd. De scène doet denken aan de mythische held Bellerophon op het gevleugelde paard Pegasos. Te zien is een ruiter op een steigerend paard met vleugels. Met een speer steekt hij een panter in de bek. De panter bespringt op zijn beurt een haas.
Foto RMO
‘MNHMONEYE’: ‘Denk aan mij’ (sardonyx). 200-300 eeuw n.Chr. Een hand knijpt in een oorlel, omgeven door een Griekse tekst.
Foto RMO
Foto’s RMO

Illegaal opgegraven oudheden

Een camee waarop een slak is afgebeeld staat volgens Van den Bercken symbool voor de traagheid van herkomstonderzoek. „Content heeft de camee in 1992 in Londen gekocht. Toevallig ontdekte ik in het archief een foto met diezelfde camee die een andere handelaar uit de VS een jaar eerder had gestuurd. Blijkbaar had Content hem toen niet gekocht, maar kort erna wel bij de Londense handelaar. Zo hebben we de herkomst van deze camee met wel een heel jaar dichter bij 1972 kunnen brengen.”

Het onderzoek maakte duidelijk dat enkele cameeën zijn gekocht bij handelaren die betrokken waren bij de handel in illegaal opgegraven oudheden en het vervalsen van herkomstgeschiedenissen. Daarbij valt te denken aan namen als Robert Hecht, Robin Symes en vader en zoon Selim en Erdal Dere. „Dat betekent niet dat de bij hen gekochte cameeën dus ook illegaal zijn opgegraven”, stelt Weijland. Na juridisch advies door advocatenkantoor Stibbe, consultatie van de erfgoedinspectie en toestemming van zijn raad van toezicht durfde Weijland de koop aan. „Als het om Griekse vazen zou zijn gegaan, die vooral in graven worden gevonden, hadden we het niet gedaan.” Voor de zekerheid worden de twaalf cameeën die afkomstig zijn van de handelaren met een criminele reputatie voor een periode van tien jaar nog niet opgenomen in de Rijkscollectie, de kunstverzameling van de staat. „Dat vergemakkelijkt teruggave bij een eventuele claim.”

Content heeft ook duizenden foto’s en afdrukken van door hem geziene maar niet altijd gekochte cameeën en 5.000 boeken aan het museum geschonken. Later volgen nog 10.000 boeken. Ze vormen met de cameeën de basis van een toekomstig onderzoekscentrum. Dat moet ook herkomstonderzoek gaan doen, belooft Weijland. „Op den duur zullen we ook zelf contact zoeken met mogelijke herkomstlanden. Onderbouwde claims zullen we inwilligen.”

Caracalla (?) brengt een offer (sardonyx). 211-214 na Chr.
Foto RMO
Foto RMO

Leave a Reply