Wie let er nou bewust op de pupillen van zijn gesprekspartner? Niemand waarschijnlijk, maar dat verandert snel in een gesprek met psycholoog Mariska Kret, als ze begint over haar onderzoek naar oogpupillen. Want zij ontdekte dat mensen die elkaar mogen elkaars pupilgrootte overnemen, maar alleen als ze elkaar in de ogen kunnen kijken. Automatisch ga je dan staren naar de pupillen van Kret zelf, maar wat zie je dan? „Buiten het laboratorium is dat moeilijk te meten, doordat je pupil ook heel sterk reageert op veranderende hoeveelheid licht”, zegt ze, aan tafel in haar zonnige appartement in Amsterdam, „Maar het effect is onmiskenbaar.”

Kret is hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Leiden. Ze neemt een bijzondere positie in de psychologie in omdat ze mede door haar eigen onderzoek aan mensapen het liefst buiten het laboratorium onderzoek doet. „Biologen stappen veel meer uit hun bubbel dan psychologen, omdat ze in het wild gedrag gaan observeren, urenlang, maandenlang! Dat doen psychologen te weinig.” Deze maand verschijnt haar boek Tussen glimlach en grimas. Uitingen van emoties bij mens en dier (Atlas Contact). Daarin neemt ze de lezer mee in een brede tour langs haar ideeën en onderzoeksgebieden, van de intense samenwerking door bonobo’s en de power-houding bij mensen tot aan de emoties die horen bij zweet en muziek en de evolutionaire oorsprong van de glimlach.

Wat zijn emoties eigenlijk?

Kret: „Het zijn lichamelijke toestanden, veranderingen in je lichaam als reactie op wat er in je omgeving gebeurt. En die veranderingen zijn in principe voorbereidingen op acties die je vervolgens zou kunnen ondernemen. Denk aan verhoogde hartslag, zweethanden en uitingen van de emoties in je gezicht en je lichaam. Zo straal je ook weer emoties uit naar je omgeving. De cognitie, het bewust voelen van die emoties zodat je er ook over kunt nadenken, komt iets later. Dat is een gevoel, het bewustzijn van een emotie.

„Een emotie kan iets heel basaals zijn, een knoop in je buik, het gevoel dat iets niet goed is, of juist wel: een beoordeling van de situatie waarin je zit. Maar het kan ook complexer zijn. Er is een intense wisselwerking met cognitie. De lichamelijke toestand heeft invloed op je gevoel en hoe je erover denkt, maar die gedachten hebben ook weer invloed op je lichaam. Je bent geen slaaf van je emoties.”

In je boek heb je kritiek op de bekende indeling van de zes basisemoties, waarom?

„Ik ken dat rijtje al jaren uit mijn hoofd: woede-verdriet-angst-vreugde-verbazing-afschuw. Er is ook wel een indeling van emoties in categorieën mogelijk, maar uiteindelijk zijn dat meer verschillende dimensies van een toestand dan strakke hokjes waarin telkens keurig één emotie past. In de biologie bestaan dat soort strakke lijnen vrijwel nooit en zelf ervaar je ze vaak ook meer als een wolk dan als een hokje. Die zes basisemoties, ooit ontwikkeld door Paul Ekman zijn ook wel een beetje willekeurig gekozen.

„Belangrijk was indertijd de vraag of ze wel goede foto’s van bijbehorende gezichtsuitdrukkingen konden maken. In die zin zijn het basisemoties, omdat ze het makkelijkst zijn af te lezen van het gezicht van mensen, ook in andere culturen. En je vindt ook parallellen bij andere dieren, zoals bonobo’s en chimpansees.

„Een complexere emotie zoals jaloezie kan je niet direct aan het uiterlijk aflezen. En dat is ook mijn belangrijkste kritiek: dat de wetenschap tot nu toe vooral emoties onderzocht met geacteerde gezichtsexpressies! Dat is echt heel beperkt. Als mensen in werkelijkheid die emoties uiten is het vaak veel dubbelzinniger en complexer. Veel hangt ook af van de sociale context, omdat mensen hun emoties vaak proberen in te houden of juist anders willen uiten. Het is een totaalpakket.

„En omgekeerd: het is vaak al moeilijk om je eigen emoties precies te benoemen. Die wolk in je hoofd is vaak een mix, soms ben je heel bang voor iets, maar wil je het toch ook wel proberen. Wat voor emotie is dat dan? Het is daarom in een onderzoek ook niet altijd nuttig om te vrágen aan mensen wat ze voelen. Sommige mensen luisteren vrij slecht naar hun lichaam.”

En de apen? Zouden die ook weleens hun eigen emoties slecht herkennen?

„Ja, dat denk ik wel, al is het bij dieren veel makkelijker om emoties te onderzoeken dan hun gevoelens. Je ziet aan een aap of-ie bang is, en je kan het ook meten aan de stresshormonen. Maar wat die aap er dan verder zelf van vindt, is ingewikkeld om te weten. Ik denk wel dat een volwassen chimpansee méér over zijn emoties nadenkt dan mijn anderhalf jaar oude zoontje, haha.”

Je hebt vaak onderzocht hoe makkelijk wij mensen de emotie van een ander overnemen. Wiens lichaam ervaar je dan eigenlijk?

„Ja, mensen spiegelen elkaar voortduren, als ze iemand zien huilen of lachen, of zien krabben of gapen. Dat is heel aanstekelijk. Als je een ander spiegelt ga je inderdaad létterlijk meer op die persoon lijken. Je plooit je lichaam in dezelfde vorm en dat helpt je die ander beter te voorspellen en te begrijpen. En als je zo je emoties spiegelt, heeft dat een groot effect op de sociale samenhang. Het schept vertrouwen, tenminste bij positieve emoties, zoals glimlachen of pupillen die groter worden, is dat effect duidelijk positief. Maar bij negatieve uitingen, zoals boosheid of verdriet, weten we het nog niet heel goed. Dat is moeilijk te onderzoeken, want dan moet de proefpersoon écht boos zijn of verdrietig. Doen alsof is nu eenmaal niet genoeg voor dit soort onderzoek.”


Hoe pakte dat spiegelen uit bij het dating-experiment dat je op een paar popfestivals hebt opgezet? Díe proefpersonen deden niet alsof, denk ik?

„Nee, die waren supergemotiveerd! Dat leidde in het begin zelfs tot een beetje pijnlijke situatie. Als ze allebei nog een keer wilden daten, en het dus een match was, dan kregen ze van ons niet direct elkaars telefoonnummer, daartegen waren privacy-bezwaren. Maar we zeiden toen die eerste dag op Lowlands wel: kom dan om vijf uur terug naar deze plek, dan kunnen jullie elkaar daar ook zien. Hahaha, er stonden alleen maar mannen! Dat is de sexual overperception, dat mannen bij een paar vriendelijke woorden en een glimlach van een vrouw al snel denken dat zij in hen geïnteresseerd is. Al die wachtende mannen, dat was zo treurig, dat hebben we maar één keer gedaan. En er waren ook echt matches, hoor! Die vrouwen kwamen alleen niet onmiddellijk terug.

„In dat dating-experiment wilden we in het wild onderzoeken wat nu precies die klik is die je soms voelt bij iemand. Ik zie dat ook als een emotie: het is een lichamelijke reactie op een belangrijke gebeurtenis die aanzet tot actie. Bij daten is het toch een ontmoeting met een potentiële levenspartner en je lichaam reageert daar snoeihard op. Op papier is die klik vaak onbegrijpelijk, want het gebeurt ook bij mensen die niet bij elkaar lijken te passen. Vaak verwachten de mensen ook niet dat het zal klikken.

„Uiterlijk speelt zeker een belangrijke rol bij of je iemand aantrekkelijk vindt. Maar in deze studie hebben we gelet op veranderingen in de gezichtsuitdrukking, lichaamshouding en fysiologie bij de onderlinge interactie. We maten onder meer de huidgeleiding en de hartslag, en de daters hadden een speciale bril op zodat we hun oogbewegingen konden meten: of ze elkaar aankeken of niet.

„De uitkomst was best verrassend. Ze lachten veel, en spiegelden ook elkaars houdingen en elkaars lachjes en zo, maar… het enige dat echt voorspellend was voor het succes van die date was of mensen op het fysiologische niveau gelijk gingen lopen: dat hun hartslag en andere opwindingsindicatoren synchroon gingen lopen. Samen omhoog en samen naar beneden. Het wisselde ook voortdurend wie van de twee daar de leiding in had, ze volgden elkáár. Achteraf kan je dat wel verklaren. Zo’n date is onwijs spannend, je bent al opgewonden, en als de ander dan ook zenuwachtig is en je wordt tegelijkertijd kalm, dan vind je elkaar op een zelfde golflengte.”

Wat gebeurt er dan? Hoe passen die twee mensen dan hun lichamelijke toestand zo precies aan elkaar aan?

„Ja, dat is de grote vraag! We weten wel dat die synchronisatie in het lab alleen maar lukt als mensen elkaar kunnen zien. Alleen praten is niet genoeg. Waarschijnlijk is de glimlach niet genoeg. Ik denk dat het zit in de signalen die je niet kunt controleren: blozen of de grootte van de pupil.”

Wat zie je daar nu aan, aan die pupil? Een klein zwart gaatje is het.

„Ja, bewust zie je daar niks aan. Maar je maakt altijd veel oogcontact en onbewust komen daarmee veel meer signalen binnen dan we nu vermoeden. We weten het nog niet precies. Want dit soort onderzoek buiten een koud en kil kamertje op de universiteit wordt nog niet zo lang gedaan. Het meeste psychologische onderzoek wordt toch nog altijd gedaan met computertaken, waarin mensen kijken naar een foto en een verhaaltje op een scherm. Dan zie je geen interactie natuurlijk. Maar daar op Lowlands wilden mensen écht een date, met een échte persoon. In het wild passen mensen zich voortdurend aan elkaar aan. Er zijn zoveel signalen die wij uitzenden, met onze pupil, met al die spieren in ons gezicht, met onze lichaamshouding, het oogcontact, de stem, enzovoorts. Daarom wil ik veel meer van dat soort testen in het wild doen. En zeker, daarna zijn gecontroleerde experimenten in het lab nodig om die bevindingen verder uit elkaar te trekken. Ik heb bijvoorbeeld echt het gevoel dat die pupil belangrijk is en daarom hebben we nu in het lab een avatar ontwikkeld die zich realtime kan aanpassen aan de pupilgrootte van de proefpersoon. Daarmee kunnen we die wisselwerking heel precies gaan onderzoeken.”

Hoe ben je ooit met het onderzoek van die pupillen begonnen?

„Ik heb mijn postdoc over lichaamstaal in Japan gedaan, in het chimpanseelab van Tetsuro Matsuzawa. Maar toen ik daar begon wist ik helemaal niets van mensapen! Daar ben ik pas voor het eerst echt naar chimpansees gaan kijken. Mij vielen toen allemaal dingen op waarop ik daarna veel onderzoeksvragen baseerde. Zo ben ik geïnteresseerd geraakt in pupillen, want het viel mij op dat chimpansees supermooie ogen hebben, met soms een heel mooie oranje iris. Maar ze hebben niet dat oogwit dat wij mensen hebben. Door die belangstelling voor ogen kwam ik op een studie van Eckhard Hess, die in de jaren zestig veel pupilonderzoek heeft gedaan. In Scientific American schreef hij ooit dat mannen een vrouw met grote pupillen aantrekkelijker vinden dan met kleine pupillen, maar hij schreef daar ook in een enkel zinnetje dat mensen hun pupillen aan elkaar aanpasten. Wow, dacht ik toen, hoe zit dat? Ik heb daar toen Japanse mensen, met dus heel zwarte ogen, waarin je de pupil minder goed kan zien, achter de computer gezet met foto’s van mensen met blauwe en bruine ogen en chimpansees met bruine en oranje ogen, en in die foto’s ben ik de pupilgrootte gaan manipuleren. En mensen bleken inderdaad de pupilgrootte van mensen over te nemen, maar dus niet van chimps. Ik heb ook chimpansees getest, die bleken ook wel op mensen te reageren, maar vooral op chimpansees. Het bleek echt een heel sterk effect, en het is sterker als je elkaar vertrouwt.”

Als er zoveel onbewuste verbanden tussen mensen bestaan, zijn je emoties dan nog wel van jezelf?

„Nee, zeker niet. Zo goed kunnen mensen al die emoties niet binnen houden of maskeren. Er sijpelt van alles door naar buiten dat een ander bewust of onbewust oppikt en ook weer beïnvloedt. Er is heel veel sociale interactie in de emoties. Dat is ook de beperktheid van het idee van zes basisemoties. De glimlach bijvoorbeeld, dat zou dan het teken bij uitstek voor blijheid zijn. Maar in werkelijkheid kan het ook een uiting van nervositeit zijn, je hebt ook nog de kwaadaardige glimlach, de grijns!

„Als lichaamsuitdrukking stamt die glimlach af van het bared-teeth-display, dat alle primaten hebben in contexten waar een beetje stress of angst is. En bij chimps zie je het ook in vriendschappelijke contexten. In principe is het een ontwapenende uitdrukking waarmee een ondergeschikte aan een dominante aap laat zien dat hij geen verkeerde bedoelingen heeft. Dat stamt ook weer af van het angstgezicht, daarom zijn er die ontblote tanden, oorspronkelijk was dat het teken dat je klaar was voor de verdediging. Dat is allemaal verder geritualiseerd als gezichtsuitdrukking. Dat is de evolutionaire diepte van de glimlach. Ik zou op dezelfde manier nu wel eens willen weten wat de evolutionaire geschiedenis van de pupilverwijding is. Misschien is dat wel ooit ontstaan om beter te kunnen kijken naar de ander.”

Foto’s Roger Cremers

Leave a Reply